Wissel!

Column over de wissel, geschreven door Erwin Beukema

De competitie gaat weer beginnen. De voorbereiding zit erop. Een voorbereiding waarin elke selectiespeler nog speeltijd werd gegund. Pezen in de provincie mogen ze allemaal. Maar nu het om het ‘echie’ gaat zal de trainer keuzes gaan maken. Soms pijnlijk voor de betrokkenen! Wel inherent aan prestatievoetbal. Niemand vindt het leuk en ieder verwerkt het op zijn eigen manier. Wissel staan is niet makkelijk…

Door: Erwin Beukema

Bestemming dug-out
Met de waterzak, of het kratje bidons in de hand sjokken ze langs de rand van het veld. Schouders omlaag, zichtbaar balend. Het contrast met de maten twintig meter verderop is groot. Hun koppies staan fier omhoog, de borst vooruit. In looppas achter de scheidsrechter op weg naar de middenlijn voor de traditionele line-up. Zij wel… Voor de wisselspelers is de bestemming dug-out. De plek waar je als voetballer niet gezien wil worden.

Oerinstinct
Als elftalleider neem ik naast de wisselspelers plaats. Met veel plezier moet ik zeggen. Het is bij vlagen fascinerend om te zien hoe ieder op z’n eigen manier omgaat met de teleurstelling van een plek op de bank. Of vaak nog mooier, de reactie op een wissel. Zo één die iedereen zag aankomen, behalve de hoofdpersoon zelf. Begrijp me niet verkeerd, ik voel mee met het balen, met de innerlijke woede. Ik ken het gevoel uit mijn eigen ‘carrière’, waarin ik zelf meer dan mij lief was de bank heb warm gehouden. Ik geniet er dus zeker niet van als iemand wissel wordt gezet. De spelers zijn me allen even lief, dus ik gun ze allemaal een hoofdrol tussen de vier kalklijnen. Nee, het is het menselijke gedrag wat me zo boeit. Het oerinstinct dat ontstaat bij het gevoel van onrecht. Terecht of onterecht, dat maakt niet uit. Er is geen goed of fout. Dat is het mooie aan gevoel.

De relativerende wisselspeler
Sommigen gaan er heel relaxt mee om. Maken geintjes, volgen de wedstrijd en wachten rustig op hun beurt. Dit zijn over het algemeen de jongens die vaker met het bijltje gehakt hebben. Ze zijn het gewend. Balen heus wel stevig, maar beseffen ook dat ze er het beste maar van moeten maken. De relativerende wisselspeler is geen stoorzender. Voor de sfeer prettig om ze erbij te hebben. Maar herken je jezelf in dit beeld, pas dan wel op! Relativeren is een kunst, maar tegelijk een valkuil. Leg je nooit neer bij een plek op de bank. Voor je het weet beland je dan zelfs buiten de selectie. Zie het als een signaal om nog harder te trainen, zodat de trainer een volgende keer echt niet meer om je heen kan. De trainer maakt de opstelling, maar jij bepaalt helemaal zelf of je bij de eerste elf zit. Niemand anders!

De verongelijkte wisselspeler
De verongelijkte wisselspeler is boeiender. De kop op onweer. Binnensmonds gemopper. De trainer is een klootzak. Hij mag me niet en daarom sta ik wissel. En die gast die op mijn plek staat? Jongens, wees eerlijk, die kan er toch geen hout van? Gedurende de wedstrijd becommentarieert hij elke foute pass van zijn concurrent met cynisch commentaar. Bij een tegendoelpunt zie je hem denken: “Eigen schuld. Was mij niet gebeurd”. Als hij dan eindelijk het seintje krijgt dat hij mag gaan warmlopen, trekt hij quasi kalm en nonchalant zijn sokken recht. Van binnen kookt het echter nog steeds, is hij verre van rustig, hij is gebrand om het ongelijk van de trainer te bewijzen. De laatste aanwijzingen krijgt hij bijna niet mee. Tuurlijk weet hij wat er van hem gevraagd wordt. Als de trainer dit eerder had bedacht, dan hadden we nu niet achter gestaan. Zijn eerste actie binnen de lijnen is een overtreding. De opgekropte woede is er uit. Nu begint zijn wedstrijd pas echt!

De terugkerende wisselspeler
De van een blessure terugkerende wisselspeler hangt er qua gedrag een beetje tussenin. Tuurlijk snapt hij wel dat hij niet direct weer in de basis kan beginnen, maar voor het elftal was het toch beter geweest als hij bij de eerste elf zou zitten. Wanneer zijn mede-bankzitters gedurende de wedstrijd complimenten beginnen uit te delen aan de vervanger op zijn plek zie je hem fronzen. Daarop volgt een bevestiging van het compliment, maar dan toch net een tikkeltje afgevlakt. Hij doet het goed inderdaad, maar die tegenstander bakt er ook wel verrekte weinig van. Als de concurrent iets niet goed doet is hij de eerste die hem fanatiek opbeurt. Hij slaat hiermee twee vliegen in één klap. De trainer ziet dat hij goed meeleeft en onderwijl wordt hij ook nog eens geattendeerd op de gemaakte fout. Geen stress trainer, volgende week sta ik er weer!

Ik hou ervan
Het menselijk gedrag is en blijft fascinerend. De voetbalwereld is vaak best egoïstisch. Zelden zie ik een basisspeler die zich verbaast over de wisselbeurt van een medespeler. Zo lang je in de basis staat is het allemaal logisch. De trainer bepaalt, de besten spelen. Punt! Tot het kwartje ineens de verkeerde kant op valt. Tot het moment waarop de vaste kracht de gang naar de bank moet maken. Wie? Ik? Hoofdschuddend dringt het besef door. Op dat moment vindt er een verandering in de psyche plaats. Er zijn maar weinig spelers, die dan als eerste naar zichzelf kijken. Ja, ik was niet zo goed vandaag, maar dat waren er toch meer? Waarom moet ik dan naar de kant? Dat is de natuurlijke reactie. Ik hou ervan!

Voor de spelers die zichzelf herkennen: dit berust natuurlijk op louter toeval… 😉

Tags:

  • Show Comments (0)

Geef een reactie

You May Also Like

Peter Kroezenga: “Eerlijke Jan”

De afgelopen weken lagen diverse scheidsrechters weer flink onder vuur door een aantal discutabele ...

Tom Meijers: “Psst, Psst”

“Ja, vandaag ga ik het doen”, denk je. Je trekt je jas aan en ...

Peter Kroezenga: “Voetbaldieren”

Even een moment van rust en om even tot bezinning te komen. Even geen ...