Column: Applaus voor de keepers

De maandelijkse column, geschreven door Erwin Beukema die het bewonderenswaardig vindt dat er elke week weer een gek te vinden is die onder de lat wil staan.

Keepers zijn gek! Dat is algemeen bekend. Ik heb er eens over nagedacht. Zijn keepers echt gek? Geldt dit ook voor de doelmannen die ik heb meegemaakt? Het antwoord is ontegenzeggelijk: JA! Niet allemaal, maar de besten wel! Ik heb een paar knettergekke gasten meegemaakt. Het meest bizarre jaar op keepersgebied maakte ik echter dik twintig jaar geleden mee toen onze doelman halverwege het seizoen opstapte. We moesten vervolgens om de beurt onder de lat. Ik heb het nu niet over het tweede of derde elftal! Nee, het was ‘gewoon’ het eerste! De keepers die ik dat seizoen zag waren echt de gekste van allemaal…

Door: Erwin Beukema

Gedeelde smart…

Het was ergens eind jaren ’90 toen Alwin Krans plotseling stopte als keeper van Borger zaterdag. De reden weet ik niet meer. Onenigheid met de trainer zal het ongetwijfeld geweest zijn. Hij was er kennelijk flauw van! Nu kenden we de nukken en kuren van Alwin wel. Hij viel wat dat betreft absoluut in de categorie gekke keepers. Meestal draaide hij wel weer bij, maar deze keer was het menens. Hij stopte en wij moesten zonder doelman verder. Alternatieven waren blijkbaar niet voor handen op dat moment. We moesten de oplossing dus binnen de selectie zoeken. Maar echt gebrand om de honneurs waar te nemen was niemand. Het was al geen best seizoen, dus het was nu niet bepaald een luxe om tussen de palen plaats te nemen. Je wist dat je normaal gesproken een schietschijf was. We kozen daarom voor het compromis. Gedeelde smart is halve smart, we zouden allemaal onze beurt krijgen!

Werkhandschoenen

De eerste voetballer die ik me als stand-in keeper herinner is Frank Nijland. Destijds een noeste werker op het middenveld, die soms in de ochtend voor een wedstrijd nog even een halve marathon liep. Over knettergek gesproken! Frank moest zijn energie nu dus onder de lat kwijt. Tijdens het omkleden bleken de keeperhandschoenen niet in de tas te zitten. Paniek! Tot één van onze teamgenoten even naar zijn auto liep, de kofferbak indook en ergens tussen de schaduwboekhouding van zijn werkgever een prachtig paar werkhandschoenen tevoorschijn toverde. Wij keken er bedenkelijk bij, maar Frank vond het allemaal wel best. Als hij zijn energie maar kwijt kon. Het was een kolderiek gezicht bij het betreden van het veld, waarna al snel bleek dat een bal toch echt wat anders is dan een stoeptegel of een dakpan. Ik bedoel, je kon er op spugen wat je wilde, je kon er een hele bidon met water overheen gieten, maar echt klemmen bleef met deze dingen onmogelijk. De onverschrokken gelegenheidsdoelman maakte zich er niet druk om. Hij deed toch alles met zijn voeten en als hij een keer zijn handen moest gebruiken, dan was stompen het alternatief. Frank bracht het er volgens mij ondanks alles redelijk van af.

Trauma

Dat laatste kon niet gezegd worden van de volgende in de rij. Jos van der Hoek was ook zo’n onvermoeibare middenvelder met een goede functionele techniek. Op het middenveld meer dan bruikbaar, maar een keeperstalent is zeker niet aan hem verloren gegaan. In tegendeel.
Het was een uitwedstrijd waarin hij het bokje was. Gelukkig voor Jos reisde er weinig publiek mee in die tijd. Een zekere Klaas Dijks was wel aanwezig. Deze man, die ons een seizoen later zou gaan trainen, wilde eens kijken wat voor team hij onder handen zou krijgen. Man, wat had ik op dat moment graag in het hoofd van Dijks gekeken! Wat zal hij gedacht hebben? Hij nam een ploeg over met een keeper, die werkelijk geen idee had wat hij onder de lat moest doen. Volgens mij heeft Jos geen enkele keer gedoken en was elk schot tussen de palen raak. Rolletjes, boogballetjes, vuurpijlen, Jos deed heus zijn best, maar hij kon er steeds net niet bij. Het doel leek minstens drie meter groter en hoger dan normaal. Het altijd vrolijke gelaat onder de bos met krullen van de gelegenheidsdoelman stond steeds moedelozer. Als medespelers hadden we medelijden! We hadden het niet vreemd gevonden als onze teamgenoot gillend was weggerend. Maar Jos was geen wegloper, hij bleef staan tot het bittere eind. Het sierde hem. De tegenstander kende geen genade! Ik denk dat we met dubbele cijfers verloren. Als je Jos er tegenwoordig naar vraagt zal hij je de exacte eindstand en locatie nog kunnen vertellen. Maar doe dat alstublieft niet! Nu zo’n twintig jaar na dato is het trauma vermoedelijk net verwerkt. Je weet nooit welke beerput je opentrekt als hij eraan herinnerd wordt!

Mijn façade

Zelf kwam ik ook aan de beurt. Op ons eigen hoofdveld kreeg ik de taak om het doel schoon te houden. Er stond wel wat in de goal! Ik was nog een stukkie slanker dan tegenwoordig, maar mijn imposante lichaam begon in die tijd wel al vorm te krijgen. Ik herinner me dat ik vooral heb geprobeerd om het beeld van een ervaren doelman zo lang mogelijk in stand te houden. Stoer en onverstoorbaar blijven kijken bij het betreden van het veld. Een balletje vangen kon ik wel, dus tijdens de warming-up de instructies aan de wisselspelers om me vooral in de handen te schieten. Duiken kon ik ook, maar slechts naar één kant. De ballen in mijn slechte hoek liet ik lopen. Ogenschijnlijk bewust. Nonchalant. Die in mijn ‘goede’ hoek probeerde ik wel te pakken. Ik hoopte maar dat de tegenstander niet door mijn façade heen zou prikken. Tijdens de wedstrijd heb ik mijn keel schor geschreeuwd om maar te zorgen dat er geen schoten mijn kant op zouden vliegen. Op wonderbaarlijke wijze kwam er ook weinig in mijn richting. Twee keer moest ik vissen. Dat wel. Een beetje keeper had ze wellicht gepakt, maar ik slaagde erin het te laten lijken alsof het geen zeperd was. Zelf scoorde mijn team ook twee keer, zodat ik met een punt op zak het veld afstapte. Opgelucht en zelfs een beetje trots, maar bovenal volledig naar de kloten! Zelden zo kapot geweest! De spanning, het continu gefocust zijn, het had me echt gesloopt…

Respect voor de gekken

Ja, keepers zijn gek! Sinds ik het eenmalig zelf heb meegemaakt besef ik dat dit ook niet anders kan. Iemand die zijn gezond verstand gebruikt gaat écht niet onder die lat staan. Je hebt zo weinig invloed op de fratsen van medespelers en tegenstanders. Niemand heeft medelijden, ze vuren gerust van een meter afstand een kanonskogel op je af. Als dat lederen ding er dan aankomt, dan moet jij er staan. Jij kan je geen fout permitteren, want niemand zal je redden. Een blunder is fataal.

Je moet er maar tegen kunnen. Ik ben blij dat ik nooit zo gek ben geweest dat ik me in het keepersvak heb bekwaamd. Het had me nog veel eerder grijze haren opgeleverd! Applaus voor de gekken die er wel elke week gaan staan!

Tags:

  • Show Comments (0)

Je emailadres wordt niet gepubliceerd. Benodigde velden zijn gemarkeerd met *

Reactie *

  • naam *

  • email *

  • website

You May Also Like

Jordi Nijgh: “Een dierbaar compliment”

“Doe toch eens normaal, man!” was hetgeen ik tegen mijn vader zei als hij ...

Column: Voetbal bestaat voor even niet meer

De maandelijkse column, dit keer geschreven door Gijs Klompaker. Over het gemis van het ...

René Nijgh: “De meeste dromen zijn bedrog”

Onlangs is bekend geworden dat ik na drie seizoenen trainer te zijn geweest van ...