René Nijgh: “Heb ik een blauw-wit hart?”

Wie ‘Nijgh’ zegt, denkt aan SC Stadskanaal. Althans dat laat ik me altijd vertellen. M’n vader was de Haarlemmer olie van de club, mijn moeder heeft jarenlang vrijwilligerswerk gedaan en mijn broertje is hard op weg om Mister SC Stadskanaal te worden. En ik? Ik weet het eigenlijk niet.

SC Stadskanaal loopt als een rode draad door mijn leven. Als 6-jarig jochie begon ik in de F-jes. Mijn hele jeugd tot en met de A-junioren bleef ik bij de SC. Ik had inmiddels al twee seizoenen in de hoofdmacht achter de rug toen ik sportpark ‘Pagedal’ verruilde voor ‘De Langeleegte’. In mijn jeugdjaren had ik al eens geflirt met SC Veendam en FC Groningen, maar ik bleef mijn club destijds trouw. Op mijn achttiende vond ik de tijd rijp om voor mijn kans als profvoetballer te gaan. Hoewel ik na een half seizoen al bij de selectie kwam stopte het avontuur na twee seizoenen. De doorbraak bleef uit. Een illusie armer, maar een ervaring rijker. Toen bekend werd dat ik Veendam zou verlaten stond de telefoon roodgloeiend. De clubs stonden in de rij om van mijn diensten gebruik te mogen maken. Alleen het telefoongesprek met SVBO kon mij bekoren en ik besloot het gesprek aan te gaan. Hoewel het gesprek best goed verliep en ik er een aardig centje kon bijverdienen besloot ik om terug te keren naar mijn grote liefde SC Stadskanaal. 

SC Stadskanaal was inmiddels gepromoveerd naar de eerste klasse en we beleefden meteen een fantastisch seizoen. We strandden in de nacompetitie om promotie tegen Koninklijke UD uit Deventer. Een zinderende strafschoppenserie werd ons helaas fataal. Bijna hadden we geschiedenis geschreven. Het mocht helaas niet zo zijn. Het seizoen dat volgde verliep moeizamer. We handhaafden ons, maar daar was dan ook alles mee gezegd. Zelf speelde ik ook geen constant seizoen. In één wedstrijd blonk ik echter uit. Tegen Emmen AV speelde ik mijn beste wedstrijd van het seizoen. De verrassing was dan ook compleet toen ik een contract kon tekenen bij Fc Emmen. Ik had het profvoetbal al uit mijn hoofd gezet, maar ik kreeg dus een onverwachte herkansing. 

Wat me echter het meest is bijgebleven van dat seizoen is de speler van het jaar verkiezing, een jaarlijks terugkerend ritueel bij SC Stadskanaal. Normaliter worden altijd de eerste drie plaatsen benoemd, zodat je als speler altijd het idee hebt dat jij waarschijnlijk de nummer vier was en iedereen dus tevreden huiswaarts keerde na deze feestelijke avond. Die avond had de supportersvereniging echter besloten om de gehele ranglijst van de verkiezing te benoemen. Ik eindigde als twaalfde. De handtekening onder mijn profcontract bij FC Emmen was nauwelijks droog en ik werd twaalfde bij de speler van het jaar verkiezing? Nog nooit heb ik me zo gekrenkt gevoeld als destijds. Ik wil helemaal niet zeggen dat ik nummer 1 had moeten worden, want zoals gezegd speelde ik ook niet mijn beste seizoen. Maar een transfer naar de profs maak je niet wanneer er elf spelers binnen de club beter dan jou zijn. Velen zullen het een kinderachtige reactie van me vinden, maar ik besloot meteen mijn lidmaatschap van de supportersvereniging op te zeggen. 

Het seizoen bij FC Emmen was fantastisch. Al in de tweede wedstrijd van het seizoen maakte ik mijn debuut. Dit betekende dat SC Stadskanaal een bedrag van 10.000 gulden kon bijschrijven. Iets wat ik ze overigens van harte gunde. Zij hadden mij namelijk opgeleid tot de voetballer die ik destijds was. Van het toenmalige bestuur, die ik overigens geen enkele wedstrijd op de Meerdijk heb gezien, kreeg ik als bedankje 200 gulden. SC Stadskanaal verdiende dus 9.800 gulden aan me, maar erg veel waardering heb ik er niet voor teruggekregen. 

Omdat na een flink geschil met de beleidsbepalers van FC Emmen mijn contract niet werd verlengd en een aantal aanbiedingen van andere profclubs niet interessant genoeg waren, besloot ik wederom het profvoetbal vaarwel te zeggen. En wederom stonden de clubs in de rij. Ik wachtte op een telefoontje van SC Stadskanaal, maar die is er nooit gekomen. Het werd Achilles 1894 uit Assen. En ja, die keuze maakte ik uit financiële overwegingen. Ik kreeg een uitstekend spelerscontract en een fulltime baan bij de hoofdsponsor. Diverse mensen uit het Stadskanaal-kamp betichtten mij van een gebrek aan clubliefde en noemden me een geldwolf. Ik had echter net een huis gekocht en mijn schoorsteen moet toch ook roken? Ik was me dus van geen kwaad bewust, maar daar dachten sommige Knoalsters dus anders over. Ik kreeg een hekel aan bepaalde mensen binnen de club. Daarbij moet ik wel aantekenen dat er heel veel mensen waren die me het allemaal wel gunden hoor. Maar de nare smaak van de vervelende opmerkingen die ik zo nu en dan om m’n oren kreeg, die bleef hangen. 

Het jaar bij Achilles werd geen onverdeeld succes. Na één seizoen hield ik het voor gezien. Mijn zoon was inmiddels geboren en ik wilde meer tijd vrij maken voor mijn gezin. Maar ik was pas 24 en als voetballer in de bloei van m’n leven. Ik wilde dus op niveau blijven spelen. SC Stadskanaal was inmiddels afgedaald naar de derde klasse en ik koos voor de grote rivaal: Nieuw Buinen. Dat dit wederom de gemoederen zou bezig houden, was ik me van bewust, maar dat de keuze zoveel negatieve lading zou krijgen had ik onderschat. Met name de oudere garde bij SC Stadskanaal gunde me geen blik waardig en zelfs binnen mijn eigen familie lag de keuze zeer gevoelig. 

Halverwege mijn periode bij Nieuw Buinen werd de benadering van de blauwe kant al iets minder hatelijk en langzaam aan verbeterde het contact met SC Stadskanaal. Ik besloot met de hand over mijn hart te strijken. Er waren tenslotte ook genoeg mensen die mijn keuzes wel altijd hebben gerespecteerd. Na drie seizoenen Nieuw Buinen toog ik samen met mijn voetbalvriend Henry Meijerman wederom richting SC Stadskanaal. De strijdbijl leek definitief te zijn begraven. 

Hoewel we redelijk succesvol waren lukte het twee seizoenen op rij net niet om te promoveren. Ik was tijdens het eerste seizoen assistent-trainer van Henry bij de A1 en toen hij besloot te vertrekken had ik de hoop dat ik het stokje van hem mocht overnemen. Dat gebeurde niet. Ik kreeg een aanbieding van Valthermond om daar trainer van A1 te worden en besloot de kans te wagen. Wel speelde ik dat seizoen nog bij SC Stadskanaal. Omdat er vanuit SC Stadskanaal geen enkel initiatief kwam om mij te behouden voor de club was het voor mij klaar. Ik voelde als trainer enorm veel waardering bij Valthermond en besloot er ook te gaan voetballen. Ik beleefde er vervolgens misschien wel mijn mooiste tijd als voetballer. 

Tijdens mijn periode bij Valthermond begon mijn lichaam echter tegen te sputteren. Het einde als voetballer kwam in zicht. Ik was al eens gestopt, maar had na aandringen van vele Valthermonders toch weer de kicksen aangetrokken. Ik zou m’n carrière op ‘De Meent’ beëindigen. 

Mijn vader was inmiddels samen met Jans Deenen trainer van SC Stadskanaal. Mijn vader wist uiteraard van mijn fysieke gestel, maar wist mij zo te bespelen dat ik begon te twijfelen over een terugkeer naar SC Stadskanaal. Ik hoor het hem nog zeggen tegen me. “Wat zou het toch mooi zijn hè, in jouw laatste seizoen als voetballer de drie Nijghies weer samen bij de SC en dan promoveren naar de tweede klasse?”

Ik besloot het te doen. Ik kon amper meer trainen, maar het voelde als een soort morele verplichting naar mijn vader. Samen zouden we onze droom verwezenlijken. Tijdens het seizoen, dat wisselvallig verliep, overleed mijn vader. Mijn besluit kreeg hierdoor nog meer lading. De wedstrijden die volgden beleefde ik in een roes. Het lichaam was op en de geest leek verdoofd. We haalden de nacompetitie. “Zou ik dan toch de belofte aan mijn vader kunnen inlossen?”, vroeg ik mezelf hardop af. Helaas strandden we in de finale. In de allesbeslissende wedstrijd tegen Muntendam faalde ik. Althans, zo voelt het. Het lichaam kon echt niet meer. De pijn was ondraaglijk. Aan opgeven heb ik geen moment gedacht. Dat kon ik niet maken tegenover mijn vader. Wekenlang ben ik kapot geweest. Daarna kwam het besef. Wat ik heb gedaan is door alle medische specialisten afgeschoten. Ze vonden het compleet gestoord en medisch gezien onmogelijk wat ik van mijn lichaam heb gevraagd. 

Ik deed het voor mijn vader. Maar ik deed het ook voor SC Stadskanaal. Ik hou van SC Stadskanaal en ja: ik heb een blauw-wit hart!

René Nijgh...
René Nijgh…
  • Show Comments (0)

  • l.h.lentz

    Heel mooi verhaal en ik denk zoals je het hebt gedaan dat dat de juiste beslissingen zijn geweest immers een ander weet het altijd beter dus prima zo.

Je emailadres wordt niet gepubliceerd. Benodigde velden zijn gemarkeerd met *

Reactie *

  • naam *

  • email *

  • website

You May Also Like

René Nijgh: “Als Yuri een voetballer was”

Wat als Yuri een voetballer zou zijn? Zou hij dan ook naar huis zijn ...

Arie Weits: “De ALV”

Vanuit de redactie van de FC Kanaalstreek kwam het verzoek of ik mijn licht ...

Peter Kroezenga: “Het spandoek”

Keeper zijn, het is moeilijker dan je zult denken. Vaak wordt gezegd dat mensen ...