René Nijgh: “Wie het laatst lacht…”

Er was voorafgaand aan het seizoen nog geen bal getrapt of we waren al dood en begraven. De voetbalkenners wisten allemaal te voorspellen dat het voor Alteveer een erg lastig seizoen zou gaan worden en dat het een hels karwei zou worden om ons te handhaven in deze zware vierde klasse. 

Op moment van schrijven moeten we nog drie wedstrijden spelen en durf ik te stellen dat we veilig zijn. In theorie kan DSC’65 nog op gelijke hoogte komen. Zij kunnen immers nog twaalf punten bijeen voetballen. Ze moeten echter ook nog twintig doelpunten verschil op ons goedmaken. De kans dat ik ooit een pinguïn een dansje zie doen op het strand van Ibiza acht ik groter. Dus ja, we zijn veilig! 

Dit gegeven maakt me erg trots. Trainer zijn van Alteveer is zo nu en dan absoluut geen weelde. We zijn een kleine club. En als het even tegenzit met blessures en schorsingen leveren we veel kwaliteit in. Toch lukt het om elke week weer een selectie op de been te krijgen. Jongens uit bijvoorbeeld het tweede zijn altijd bereid om ons uit de brand te helpen. Daarvoor ben ik ze uiteraard zeer dankbaar. Het tekent de bereidheid van een ieder binnen de club. Bij Alteveer weet iedereen heel goed wat zijn of haar rol is en handelt daar dan ook naar. De jongens die normaliter op het tweede plan acteren weten drommels goed dat ze weinig speelminuten in het eerste zullen krijgen wanneer we de beschikking hebben over een fitte selectie. Dat vind ik een grote kwaliteit en een absoluut compliment waard. Want juist dankzij deze jongens hebben we het gered. De werklust en mentaliteit is enorm. En dat maakt Alteveer een unieke club.

De warmte die de club uitstraalt zorgt ervoor dat ik me uitstekend op mijn gemak voel. Ook als het even tegenzit voel ik het vertrouwen. Ik sta voor mijn spelers, maar zij staan ook zeker voor mij. Dat maakt dat ik elke week met een glimlach naar Alteveer rijd. Want hoe de laatste wedstrijden ook zullen verlopen, ons seizoen is geslaagd. We hebben het maximale resultaat eruit gesleept. Uiteindelijk sta je mijns inziens aan het einde van de competitie altijd op de plek waar je hoort te staan. Dus ik ga nu niet klagen over de vele blessures die ons met name de laatste weken teisteren. Ik heb natuurlijk nu makkelijk praten, want we hebben het gered.

Ik heb het hart op de tong en zeg dus wat vind. Daarmee maak ik me niet altijd even geliefd binnen de voetbalwereld. Maar ik heb altijd één doel voor ogen gehad en dat is dat mijn cluppie in de vierde klasse blijft. Ik heb gescholden, gevloekt en getierd langs de lijn. Ik heb geklaagd over scheidsrechters, slechte velden en tegenstanders. Ik heb fouten gemaakt, verkeerde beslissingen genomen en me soms vreselijk opgewonden. 

Maar het zal me allemaal een biet zijn. We hebben het gered. De jongens hebben een wereldprestatie geleverd. Ze stonden er wanneer het moest. Samen met de staf, supporters en alle andere mensen binnen de club hebben we altijd een eenheid uitgestraald. En dat heeft ons dit resultaat gebracht.

Ik ben enorm trots op de club. Het kwam soms van ver, maar de doelstelling is gehaald. En dat is dik verdiend. Wat andere mensen er van vinden boeit me niet. Wij spelen volgend jaar weer in de vierde klasse en ik ga nu eens kijken of ik nog een aantal spelers warm kan maken voor een avontuur in Alteveer. Wanneer dat lukt en onze selectie iets breder is gaan we volgend seizoen gewoon weer voor een aantal stunts zorgen. En ook als het een keer tegenzit drinken wij gewoon ons biertje na de wedstrijd. Want hoewel we ons vaak heel erg druk maken om alles wat met voetbal te maken heeft, blijft het slechts een spelletje…

René Nijgh...
René Nijgh…

 

  • Show Comments (0)

Je emailadres wordt niet gepubliceerd. Benodigde velden zijn gemarkeerd met *

Reactie *

  • naam *

  • email *

  • website

You May Also Like

Arie Weits: “Herinneringen aan 1994”

FC Kanaalstreek heeft mij benaderd om af en toe eens een column te schrijven ...

Vincent Muskee: “Sjonnie”

Heel eerlijk? Eigenlijk waren we vroeger wel een beetje jaloers op Stadskanaal. We verafschuwden ...

René Nijgh: “Voetbalvader”

Elke zaterdag als ik bij mijn zoon sta te kijken, verbaas ik me over ...