René Nijgh: “Voetbalvader”

Elke zaterdag als ik bij mijn zoon sta te kijken, verbaas ik me over de ouders langs de lijn. Nu moet ik zeggen dat de ouders van mijn zoon zijn teamgenoten honderd procent meevallen. In Emmen zijn ze redelijk nuchter en realistisch. Volgens mij is daar geen vader of moeder die de illusie heeft dat zijn of haar zoon de nieuwe Messi is.

Toch zie ik veel ouders hun kind op een voetstuk plaatsen. Ik ben uiteraard ook trots op mijn zoon. En ik steek dat ook niet onder stoelen of banken. Maar ik besef heel goed dat het geen nieuwe Messi is. Ik sta ook niet als een malloot langs de lijn te schreeuwen. Veel andere ouders doen dat wel. Ik erger me daar groen en geel aan. Het zou in mijn optiek zelfs verboden moeten worden. Aanmoedigen is natuurlijk prima, maar tactische aanwijzingen geven en de gekste kreten over het veld bulderen is wat mij betreft uit den boze. 

Er zijn ook veel ouders die hun kind aanbieden bij een BVO. Ik vind zoiets onbegrijpelijk. Als het jochie goed genoeg is dan wordt hij wel opgepikt door een BVO. Deze ouders zijn vaak de realiteit volledig uit het oog verloren. En ze willen kost wat kost dat hun zoon later bakken met geld verdient als profvoetballer. De kinderen staan op jonge leeftijd al erg onder druk, omdat papa en mama zoveel van ze verwachten. Laat een kind toch kind zijn. Wat goed is komt vanzelf en anders maar niet. 

Zelf heb ik gelukkige nuchtere ouders. Als puber heb ik mijn vader regelmatig vervloekt. Ik was redelijk talentvol en al op jonge leeftijd stond FC Groningen op de stoep. Ik hoefde alleen de handtekening nog maar te zetten onder een koelkastcontract. Martin Koeman zag me maar wat graag komen. Maar mijn vader stak er een stokje voor: “Ga jij eerst maar eens even je best doen op school jongen!”, waren zijn wijze woorden. Op dat moment kon ik mijn vader wel wat aandoen, maar nu besef ik dat het goed is geweest. Ik heb mijn hele jeugd bij mijn vrienden gespeeld. We speelden op een behoorlijk niveau en op 18-jarige leeftijd maakte ik alsnog de stap naar het profvoetbal. Natuurlijk heb ik me wel eens afgevraagd wat er was gebeurd als ik wel als 15-jarig jochie naar FC Groningen was gegaan, maar het antwoord zullen we toch nooit weten. 

Nu ben ik zelf voetbalvader en mede verantwoordelijk voor het pad dat mijn zoon zal gaan kiezen. Ik ben me ervan bewust dat de tijden zijn veranderd en dat jongetjes al op zeer jonge leeftijd worden opgepikt door een BVO als ze talentvol zijn. Mijn zoon trainde vanaf zijn negende al op de voetbalschool van FC Groningen. Persoonlijk vind ik het een beetje aan de jonge kant, maar hij vond het geweldig en werkte 2,5 jaar lang met veel plezier de trainingen af op ‘Corpus den Hoorn’. 

Hoewel ik niet altijd bij de trainingen aanwezig kon zijn, heb ik genoeg zaken gezien die mijn beeld bevestigen. Ouders die hun zoon bijkans naar een jeugdcontract toe praten. Slijmen bij de trainers, een praatje met de aanwezige scouts, roddelen over andere spelertjes en hun eigen zoon uiteraard op een voetstuk plaatsen. Walgelijk, in mijn ogen! 

Lang leek het er op dat ook mijn zoon naar de jeugdopleiding zou gaan van FC Groningen. Feyenoord toonde zelfs nog even interesse. Veel mensen zeiden dat we dat maar moesten doen. Dat mijn zoon dan in een gastgezin in Rotterdam zou moeten wonen, vergaten ze gemakshalve even. Feyenoord viel voor ons dus sowieso af. De interesse heeft ons natuurlijk gestreeld, maar wij willen ons kind graag kind laten zijn. Even later ging ook de overgang naar FC Groningen niet door: de FC had toch wat twijfels over de capaciteiten van m’n zoon en ze besloten hem niet in de opleiding op te nemen. Ik heb daar geen minuut van wakker gelegen. Mijn zoon was uiteraard teleurgesteld, omdat hij het gevoel had niks minder te zijn dan de andere jongens. 

FC Emmen was er als de kippen bij om hem een kans te geven. Na één training hadden ze genoeg gezien en mocht mijn zoon bij FC Emmen komen voetballen. In het gesprek waarin dat aan mijn zoon werd medegedeeld zag ik de twinkeling in zijn ogen. Ik heb hem gevraagd wat hij wilde. En hij was stellig: “Ik wil graag naar FC Emmen, pap”. 

Op dat moment wist ik dat hij er zelf honderd procent achter stond en speelt hij nu in Emmen. Wij als ouders hebben daar nog geen moment spijt van gehad. En nog belangrijker, mijn zoon heeft het fantastisch naar zijn zin. In Emmen geen grootheidswaanzin en een hoop blabla. Nee, in Emmen doen ze gewoon en laten ze de kinderen gewoon kinderen zijn. Waar uiteindelijk het plafond van mijn zoon ligt weet niemand. Maar dat doet er ook niet toe. Zolang hij maar plezier heeft is het goed. En waar het ook eindigt, ik ben een trotse voetbalvader! En als hij toevallig toch doorbreekt sla ik een huisje op Ibiza natuurlijk ook niet af…

René Nijgh...
René Nijgh…
  • Show Comments (0)

Je emailadres wordt niet gepubliceerd. Benodigde velden zijn gemarkeerd met *

Reactie *

  • naam *

  • email *

  • website

You May Also Like

Column: Voetballandschap

De maandelijkse column, dit keer geschreven door Arie Weits. Over het overstappen van het ...

Gijs Klompmaker: “Voetbalgekke jongens”

Een zomeravond in de jaren negentig: De slavink, die baadt in de jus, schrok ...

Arie Weits: “Records zijn er om te breken”

Ik behoor nog tot de groep spelers die voor het laatst kampioen is geworden ...